VERPLAATS JEZELF
column
bovagcolumnwk06/2013
“Snellere paarden”
Wanneer mogen winkels open zijn? Is 18:00 uur laat genoeg? Wanneer moeten mensen met een fulltime baan dan winkelen? Of moeten die maar op zaterdag gaan? Is 20:00 uur misschien beter? Of zelfs 22:00 uur? Of moeten winkels zelfs helemaal niet meer dicht? Wat voor effect heeft zoiets op kleine ondernemers? Moeten zij veel personeel gaan aannemen? Nachttoeslagen betalen? En wat doet het met werknemers? Moeten winkelverkopers straks ook nachtdiensten draaien?
In de jaren '90 woedde een hevig debat over de 24 uurseconomie. Volgens sommigen was die onvermijdelijk: de mensen wilden consumeren ongeacht het tijdstip van de dag. Echte ondernemers zouden daarin wel een weg vinden. Anderen wezen op de gevolgen voor kleine ondernemers en werknemers. De eersten zouden verdwijnen, totdat er alleen retailreuzen overbleven. En de werknemers wachtten moderne loonslavernij, uitbuiting en onregelmatige werktijden. Het modewoord van weleer wordt nog maar heel weinig gebruikt. Geen wonder: in de afgelopen 15 jaar is er een volwaardige 24 uurseconomie ontstaan. Helemaal vanzelf, zonder wetten, debatten, regels of richtlijnen. Terwijl de loopgravenoorlog over winkeltijden voortwoedde en langzaam doofde, vond de ware verandering heel ergens anders plaats. Op internet schoten de webwinkels als paddenstoelen uit de grond, altijd open en je hoefde er je stoel niet voor uit.
Het debat over de 24 uurseconomie is een variant op het inzicht van Henry Ford. Zijn Model T bracht een revolutie in autoland teweeg, dankzij zijn innovatieve productieproces en het loon dat hij zijn arbeiders betaalde. Zijn succes had hij aan zichzelf te danken: “Als ik de mensen had gevraagd wat ze wilden, zouden ze om snellere paarden hebben gevraagd”, zo zou Ford hebben gezegd. Dat geldt ook voor de 24 uurseconomie: terwijl de meeste mensen zich voor of tegen langer geopende winkelstraten uitspraken, verplaatste de retail zich naar een heel nieuw domein. De meeste problemen die in het debat over de openingstijden werden aangedragen, speelden daar niet. Behalve eentje misschien. Henry Ford gaf de mensen geen snellere paarden, maar iets nieuws: de industrieel geproduceerde en daarom relatief goedkope auto. Daarmee was hij verantwoordelijk voor het uitsterven van een hele branche. Paardenfokkers, stalhouders, koetsenmakers, voederproducenten, zadelmakers, paardenslagers: de meeste konden opdoeken. Alleen de bedrijven die in de nieuwe tijd nog meerwaarde konden bieden, overleefden de Ford T. Overleeft u de 24 uurseconomie op internet?